Roel Bekker over leiderschap & personeelsbeleid in een veranderende overheid
Overheidsorganisaties bevinden zich in een spagaat tussen bezuinigingen op korte termijn en kwaliteitsverbetering én arbeidsmarktkrapte op lange termijn. Fundamentele aandacht voor het toekomstige takenpakket en bijbehorend strategisch personeelsbeleid is dus nodig, meer dan ooit.
Kabinet Rutte wil ondermeer de beschermde positie van de ambtenaar aanpakken. We spraken Hoogleraar Arbeidsverhoudingen en voormalig Secretaris-generaal Vernieuwing Rijksdienst Roel Bekker over het belang en de te verwachten effecten van dit initiatief. Professor Bekker is kritisch: echte verandering komt van ambtenaren zelf, zo stelt hij.
De dagelijkse realiteit van veel overheidsorganisaties staat nu in het teken van bezuinigingen en het (gedwongen) vertrek van medewerkers. Ziet u de crisis als kans of als bedreiging?
Ik denk dat de uittocht eerder een mooie bijkomstigheid is, niet zo zeer een bedreiging. Ik zet er wel een groot vraagteken bij in hoeverre we echt een grote uittocht bij de overheid krijgen, die verlaten kantoren zie ik niet. Mijn verwachting is dat het minder groot zal worden dan aangekondigd en dat het eerder een continu proces is waarin goed leiderschap en personeelsbeleid randvoorwaardelijk zijn. Dé overheid is net als hét bedrijfsleven een containerbegrip. In de beeldvorming zit vaak iets paradoxaals: er moeten minder ambtenaren komen maar wél veel meer politie en zorgverleners. Er moet voor gewaakt worden dat dé ambtenaar te veel wordt gezien als de Haagse ambtenaar, daar zijn er slechts 10.000 (op een totale omvang van de collectieve sector van 1,8 mln) van. De overheid kent zo veel diversiteit dat we moeten oppassen dat niet alles over één kam geschoren wordt.
U stelt net dat er door de media en politiek vaak over ambtenaren wordt gesproken zonder onderscheid te maken naar verschillende groepen. Ook binnen overheidsorganisaties zelf lijkt weinig gedifferentieerd te worden...
Personeelsbeleid is iets dat nog steeds te weinig aandacht krijgt en te weinig is toegespitst op de echt relevante dingen. Goed arbeidsmarktbeleid kan je alleen voeren als je differentieert; zowel tussen verschillende groepen als naar individuele medewerkers. Dat dit binnen de overheid zo weinig gebeurt is een wisselwerking tussen cultuur en het eigene van de overheid.
De overheid is naar haar aard een weinig flexibele en wendbare organisatie. Differentiëren kan alleen maar als de mogelijkheden daar zijn, als er ruimte is. Echter, een overheidsorganisatie is juist ingesteld op het reduceren van ruimte. Overheidsbeleid kent een grote stabiliteit, met name omdat de contouren daarvan veelal een wettelijke basis hebben. Het gaat veel om normering en gelijkheid. Er ligt een uitdaging voor de overheidsmanagers om toch die ruimte te pakken, ook al gaat dat tegen de genetische bouw van de overheid in. Er is behoefte aan zelfbewuste managers die weten waar ze naar toe willen. Steek je nek uit en toon lef!
Eén van de veranderingen in het personeelsbeleid die het huidige kabinet voorstelt, is het gelijktrekken van de rechtspositie van de ambtenaar aan die van het bedrijfsleven. Waarom is dat eigenlijk nodig?
Mijn stelling is altijd geweest dat twee rechtspositiesystemen niet zo efficiënt zijn als één systeem: je hebt twee rechtsgangen en andere arbeidsvoorwaarden bemoeilijken een overstap van het ene naar het andere systeem. Overigens wordt al jaren voor deze gelijktrekking gepleit. Dat we anno 2011 hier nog over in gesprek zijn, laat weer eens zien hoe lastig het is om tot echte veranderingen binnen de overheid te komen. Op dit moment is in het regeerakkoord een financiële paragraaf opgenomen waarin excitement ver te zoeken is. Het voorstel wordt nu gekoppeld aan de bezuinigingen. ‘Je kan ze sneller ontslaan tegen een lagere vergoeding’. Dat is geen goede manier om mensen in beweging te krijgen. Ik vind dat doodzonde.
Hoe belangrijk is het dat het urgentiebesef voor een andere overheid door ambtenaren zelf gedragen wordt?
Een grote voorwaarde voor verandering is dat deze in ieder geval van binnenuit gedragen wordt. Ambtenaren zijn echter ambivalent en willen graag ‘the best of both worlds’. Het dedain waarmee uit de particuliere hoek over ambtenaren gesproken wordt is dan ook groot: ze zouden makkelijke baantjes hebben en veel verdienen. Ambtenaren balen van die grappen maar tegelijkertijd koesteren ze wel die beschermde positie. De ambtenaar wil van twee walletjes eten en verlost zichzelf daarmee niet van het stoffige imago. Ook de politiek moet hierin eigenaarschap nemen; draag verantwoordelijkheid en zorg voor een gezamenlijke meerderheid.
Welke doorbraak ziet u over vijf jaar? Wat zijn de grootste succesfactoren en grootste risico’s?
Dan zie ik verdere normalisering, een vergroot zelfbewustzijn van ambtenaren en overheidsmanagers en een flexibele organisatie. Een organisatie die een goede verhouding heeft met de politiek en in staat is om samen te werken, over de kokers heen. Om deze veranderingen te realiseren zijn de ambtenaren zelf zowel de succes- als faalfactor. Het zijn de ambtenaren die initiatief moeten nemen en hun schouders er onder moeten zetten. Echter, ze moeten wel lef tonen. Als iedereen in zijn schulp kruipt, gebeurt er niets.
We achieve breakthroughs by inspiring and connecting people